|
Lijn 35, de bus die je vanaf het Centraal Station naar
het noorden van Amsterdam brengt of , zoals vele Amsterdammers het in
gedachten verwoorden, "afvoert".
Amsterdam-Noord, ooit toch een plek waar de armen onder ons gestald werden,
er aan her-opvoeding werd gedaan.
Er zat nog net geen hek omheen. Het IJ was voldoende.
Amsterdam-Noord is geen Amsterdam werd mij eens door een "echte Jordanees"
verzekerd.
Dat alles over het IJ anders is daar kan ik het wel mee eens zijn, maar
toch wel heel erg Amsterdam.
Mensen groeten elkaar, ligt de humor en hondenpoep op straat en maakt
men van zijn hart geen moordkuil.
De verjupte medemens ontbreekt er nog in het straatbeeld, maar zo hier
en daar raken er nestjes bevolkt met deze gelukzoekers.
Hier wonen familieleden nog huis aan huis. Ooms ,tantes,vaders,moeders,opa's
en oma's, broers en zussen.
Wanneer ze het bij uitzondering niet zijn hebben ze vanaf hun eerste wankele
passen wel met elkaar het leven gedeeld.
In de zandbak, in de klas, op de club.
En allemaal hebben ze met elkaar gemeen dat ze met de pont moeten.
De pont, of bijvoorbeeld die bus 35, die hen naar de overkant brengt.
Het is donderdag middag, avondspits. De dubbele bus voor het CS van Cuypers
loopt vol .
Vanaf een riante plek, zitplaats bij het raam, heb ik uitstekend zicht
op de voorstelling in dit volge-stouwde volkstheater.
Het is even afwachten wanneer het doek op gaat.
Ik heb geluk.
Nog voor de bus zich in beweging zet wordt mijn aandacht, en niet alleen
de mijne, getrokken door een vrouw van middelbare leeftijd. Ze staat nog
buiten de bus.
Trekt gulzig en gehaast aan haar sigaret en roept na iedere wolk nicotine
dat ze wel graag mee wilt en of de chauffeur effe wil wachten.
Ze meent hem goed te kennen, hetgeen overigens niet wederzijds is. De
vrouw negeert deze mogelijkheid.
Wanneer de chauffeur de motor wat laat opkomen stapt ze snel en babbelend
de bus in.
Geluksmoment voor de chauffeur: Ze herkent een collega, begroet hem luid:
"he Jaap"
Hoewel iedereen in de bus opkijkt reageert alleen de collega met een groet.
Het tweetal staat niet wat je noemt dicht bij elkaar en zo kan iedereen
meegenieten van de met name door de vrouw gevoerde conversatie.
De werkomgeving van de twee wordt ons tot in de nauwkeurigste details
uit de doeken gedaan.
De bedrijfscultuur in de tak van hun werkervarings unit wordt genadeloos
blootgelegd.
Wanneer ze klaar is met het uitmelken van Jaap wordt een andere medepassagier
in het zonnetje gezet.
Haar oog is gevallen op een stoere hond met dito baasje. Zo verwoordt
ze het dan ook.
Een bijna intiem gesprek met als onderwerp de hond maar speels naïef
krijgt de baas ook een beurt.
Er onstaat geen enkel probleem, alles wordt geaccepteerd en de babbelende
vrouw ontvangt slechts vriendelijkheid terug.
Iedereen luistert, kijkt en verbaast zich over zoveel heerlijke ongecompliceerde
zinnen.
Het applaus, de staande ovatie, loop ik mis omdat ik mezelf conformeer
aan het uitstappen op de halte vanwaar ik het snelste naar huis wandel.
Een paar haltes voor het doek van deze rit valt.
februari 2009
|